Hoe cloudinfrastructuur en datacenters werken

Begrippenlijst

Korte definities van termen die in de gidsen terugkomen.

Availability zoneEen fysiek gescheiden storingsdomein binnen een cloudregio, afhankelijk van de provider bestaand uit één of meer datacenters.
BandwidthDe hoeveelheid data die een verbinding theoretisch per tijdseenheid kan vervoeren.
Block storageOpslag die als blokapparaat aan een systeem wordt aangeboden.
Cloud regionEen geografisch gebied waarin een cloudprovider infrastructuur en diensten aanbiedt.
ContainerEen verpakte applicatieomgeving die meer van het onderliggende besturingssysteem deelt dan een volledige VM.
Data egressData die een cloudgrens, regio of dienst verlaat en afhankelijk van de provider kosten kan veroorzaken.
HypervisorSoftwarelaag die virtuele machines op fysieke hardware beheert.
IaaSInfrastructure as a Service; virtuele infrastructuur zoals compute, netwerk en storage.
LatencyDe tijd die nodig is voor een datapakket of verzoek om een netwerkpad af te leggen.
PUEPower Usage Effectiveness; verhouding tussen totale faciliteitsenergie en IT-energie.
PaaSPlatform as a Service; een beheerd platform boven de infrastructuurlaag.
RPORecovery Point Objective; hoeveel recente data maximaal verloren mag gaan in een herstelscenario.
RTORecovery Time Objective; de gewenste maximale hersteltijd.
SaaSSoftware as a Service; een complete door de leverancier beheerde applicatiedienst.
ServerlessCloudmodel waarin de provider provisioning en scaling van de onderliggende compute sterk abstraheert.
Virtual machineEen virtueel computersysteem dat via een hypervisor resources van fysieke hardware gebruikt.